Handen

Hoe ik leerde om hulp te vragen

“Dat is de opdracht niet”

Sorry?!

“Wat maakt dat jij nog maar een deel van de opdracht uitvoert?”

Huh?

“Wat maakt dat jij denkt dat je mijn tempo moet volgen?”

Eh…

De glimlach die tijdens de warming up van de outdoor fitness sessie op mijn gezicht is gekomen voel ik abrupt verdwijnen. Ik werk me in het zweet met mijn gehuppel en gehakkebilhakkebil, begin er net een beetje lol in te krijgen en nu dit: ik doe het niet goed! Door de schrik kan ik niet eens bedenken wat ik dan niet goed doe en sta te schutteren en te stamelen. Ik schaam me dood!


“Je vindt een oplossing waarmee je niet meer voldoet aan de opdracht, wat zou een oplossing zijn waardoor je wel de volledige opdracht uit kunt voeren?”

In mijn hoofd hoor ik een kwartje vallen, op mijn armen verschijnt kippenvel, de hemel gaat open en stort allemaal glitters over me uit. Dit is wat ik doe! Dit is hoe ik met opdrachten in het algemeen omga! Van huis uit leerde ik: ‘Kanniet ligt op het kerkhof en Wilniet ligt ernaast’.  Ik kom altijd op een punt waarvan ik denk dat ik werktaken, verwachtingen van anderen, klusjes die gedaan moeten worden en zelfs goed voor mezelf zorgen niet bij kan benen. En telkens geeft me dat het gevoel van falen wat ik natuurlijk het liefst verborgen wil houden. Mijn hoofd wil niet altijd wat mijn lijf nodig heeft en mijn lijf kan niet alles wat mijn hoofd allemaal bedenkt. Maar ja… op Kanniet en Wilniet kan ik geen beroep meer doen… Dus ga ik sjoemelen… of redderen. Omdat ik niet wil opgeven, ik wil niet door de mand vallen. Ik wil dit gewoon kunnen. Net als ieder ander! Ik ben echter niet “net als ieder ander”. 


Vanaf mijn 15eben ik regelmatig in behandeling bij de fysio. Mijn rug en benen (die ik heel oneerbiedig ‘mijn onderstel’ noem alsof ze niet echt bij mij horen) doen bij tijd en wijle zoveel pijn dat ik amper het inlooprondje op de atletiekbaan vol kan maken tijdens de gymles. Tussen de behandelingen door doe ik gewoon de dingen die ik altijd doe. De manueel therapeut waar ik op mijn 23ekom, bekijkt hoe ik loop, bevoelt mijn rug en concludeert: je hebt de rug van iemand van 53. De reumatoloog die ik in 2001 bezoek mompelt met tegenzin dat er dan mogelijk wel sprake zou kunnen zijn van fibromyalgie. Met wat medicijnen en het advies “Leer er maar mee leven” verlaat ik de spreekkamer. Ik ben zo flabbergasted dat het niet in me opkomt om te vragen hoe ik daar dan mee moet leren leven. En dus ga ik door met mijn leven te leven zoals ik dat geleerd heb: ‘Kanniet ligt op het kerkhof en Wilniet ligt ernaast’.
De verzorging van mijn eerste kind biedt veel fysieke uitdagingen met handen die niet altijd willen wat ik wil. Mijn hoofd wil niet altijd wat mijn lijf nodig heeft en mijn lijf kan niet alles wat mijn hoofd allemaal bedenkt. Maar ja… op Kanniet en Wilniet kan ik geen beroep meer doen…


“Wat heb je nodig om de opdracht uit te kunnen voeren?”

Deze fitness sessie maakt onderdeel uit van een revalidatie traject waar ik mezelf ein-de-lijk toestemming voor gegeven heb. Na 30 jaar heb ik ein-de-lijk voldoende moed verzamelt om op zoek te gaan naar de onderliggende oorzaak van het sjoemelen en redderen. En vooral: hoe wil ik mijn leven vorm geven nu ik weet over de dysthymie en fibromyalgie! Ik voelde me al die jaren een zeur, een spelbreker, het zwarte schaap… ik heb me echter nooit patient gevoeld. Een portie gezond zelfmedelijden (Why me?!) is mij echt niet vreemd maar als ik dan op zoek ging naar informatie van lotgenoten werd ik zo mogelijk echt depressief. Ik herkende de dagelijkse struggles maar bij alles wat ik las hoorde ik in mijn achterhoofd “kannie… wilnie…” Nooit eerder had iemand mij gevraagd wat ik nodig had om iets te kunnen, wat zeg ik: het was uberhaupt nooit eerder bij mij opgekomen mezelf deze vraag te stellen.


Het is me wat!


In de categorie Handen lees je binnenkort meer over gezondheid, beweging en voeding 

Reacties uitgeschakeld voor Hoe ik leerde om hulp te vragen